Wat zijn lintwormen?
Er zijn verschillende soorten lintwormen en ze komen bij honden en →katten vaker voor dan je misschien denkt. Ze leven in het binnenste van je hond en zijn daardoor moeilijk te herkennen. Ze danken hun naam aan hun lintachtige uiterlijk en worden ongeveer 60 cm lang. De meeste wormen hechten zich met behulp van haakvormige organen in de dunne darm vast en halen de voedingsstoffen uit de voedselbrij van je hond.
Komkommerlintworm bij de hond
De komkommerlintworm (Dipylidium caninum) is een van de meest voorkomende lintwormen waarmee honden besmet kunnen raken. Ze worden overgedragen door vlooien die besmet zijn met larven van de komkommerlintworm →vlooien. De lintworm leeft in het spijsverteringskanaal van je viervoeter en onttrekt daar de voedingsstoffen uit de voedselbrij. Let op: besmette vlooien kunnen ook op mensen worden overgedragen waardoor ook zij besmet kunnen raken met de komkommerlintworm.
Vooral honden die veel buiten zijn, moeten een goede vlooienpreventie krijgen! Zo voorkom je een besmetting met lintwormen.
Vossenlintworm bij de hond
Zoals de naam al doet vermoeden, raken vooral vossen besmet met de zogenaamde vossenlintworm (Echinococcus multilocularis). Overgedragen wordt hij, net als de komkommerlintworm, via vlooien of knaagdieren. Door direct contact of snuffelen/eten van ontlasting van met wormen besmette soortgenoten kunnen besmette vlooien of eieren in het lichaam van je hond terechtkomen en hem besmetten met de vossenlintworm.
Hondenlintworm bij de hond
Vooral in zuidelijke landen van Europa is de hondenlintworm (Echinococcus granulosus) bekend. Als tussengastheer dienen plantaardige herkauwers zoals schapen of geiten, waardoor hij vooral voorkomt in gebieden waar veel schapen- en veeteelt is. Meestal raken honden en katten, maar ook vossen of dassen besmet via direct contact of de ontlasting van besmette dieren.
Symptomen: Hoe herken ik een lintworm bij mijn hond?
Omdat de lintworm zich comfortabel in het binnenste van je hond nestelt, wordt de parasiet meestal pas laat ontdekt. Wie zijn hond goed kent, kan echter enkele van de uiterlijke tekenen van een wormbesmetting herkennen:
met de →kont over de grond schuiven, ook wel "sleetje rijden" genoemd
Verminderde eetlust en gewichtsverlies
Doffe vacht
Tekorten door het onttrekken van voedingsstoffen
Een opgezwollen "wormbuik" krijgen honden pas als de besmetting al ver gevorderd is. Dit komt vaker voor bij pups, zeer jonge of immuunzwakke honden, omdat zij veel meer last hebben van een lintwormbesmetting.
Let op, dat mogelijk ook andere dieren in het huishouden besmet kunnen zijn met de lintworm!
Behandeling van een lintworm bij de hond
Vermoed je dat je hond een lintworm heeft opgelopen, dan moet je je dierenarts raadplegen. Neem bij voorkeur ook direct wat ontlasting mee, want in de praktijk wordt deze dan onderzocht op wormen, eieren of andere bijzonderheden.
Afhankelijk van met welke lintworm je hond besmet is, schrijven dierenartsen het passende ontwormingsmiddel voor. Dit zijn meestal tabletten die je je viervoeter meerdere dagen moet geven. Geen zorgen, met het juiste lekkers krijgt je elke medicatie makkelijk in de maag van je hond!
Lintwormen bij honden effectief voorkomen
De waarschijnlijk meest effectieve methode om je viervoeter tegen lintwormen te beschermen, is een goede preventie. Het besmettingsrisico van een komkommerlintworm kun je goed door een consequente →behandeling met vlooienmiddelen verminderen.
Bij een ontwormingskuur ligt dat echter iets anders. Ook hierbij kun je natuurlijk op regelmatige basis je hond preventief behandelen. Maar let op: een ontwormingskuur voorkomt niet, dat je viervoeter met lintwormen besmet kan raken. Door de kuur wordt alleen voorkomen, dat reeds in de hond genestelde wormen zich niet verder kunnen ontwikkelen, zodat er geen eieren worden uitgescheiden en eventueel andere dieren besmet worden. Zo kan door regelmatige ontworming en ontlastingsonderzoek het uitscheiden van besmettelijke lintwormsegmenten worden voorkomen.
Hoe vaak je je hond preventief moet ontwormen hangt af van verschillende factoren zoals voeding, leefomstandigheden en de manier van houden. Informeer het beste bij je vertrouwde dierenarts, zij helpen je graag verder en kunnen jullie situatie beter inschatten.
